Chorthippus montanus
Inhoud |
Zompsprinkhaan
Voorkomen: minder algemeen (bfk 5)
BIOLOGIE
Levenscyclus: periode volwassen dieren: eind juni – midden oktober, overwintering als ei
Voortplanting: afzetten van de eieren in pakketten van 6 (3-12), meestal in de grond, soms op de bodem
Veldobservaties: geluid en grof krassend ‘srrè..srè..srè, alleen in de volle zon, leeft in grazige vegetaties op vochtige plekken. langzaam , afzonderlijk tsjirpen duren 3 tot 5 sec en worden herhaald met tussenpozen van 8 sec.
Kweekervaringen: levenscyclus
Bijzonderheden: veroorzaakte schade aan hooilanden in de voormalige Sovjet-Unie
ECOLOGIE
Voeden: herbivoor, eet vooral pijpenstrootje, riet, russen en zeggen
Afweren: zwak
Afstemmen: op seizoencyclus, geen spreiding in uitkomen van de eieren
Verkennen: kan niet vliegen, kortvleugelig, maar langvleugelige exemplaren komen voor
Strategie: leven in ruige grazige vegetaties op vochtige grond
Knelpunten:
HABITAT
Macroschaal: 7 moerassen, 9 graslanden
Mesoschaal: moerassige weilanden, plaatsen met veenmos
Microschaal: drassige plaatsen
Structuren: eenvoudig, halfhoge graige vegetatie
Beheer: in ons land aandacht voor de locaties die veelal bestaan uit vochtige hooilanden die extensief gebruikt worden
Geraadpleegde bronnen
De krekels en sprinkhanen in de Benelux. M.Duijm & G.Kruseman 1983. Bibliotheek KNNV, uitgave nr 34.
De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). R.Kleukers, E.van Nieukerken, B.Odé, L.Willemse & W.van Wingerden 1997. Nederlandse fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij, European Invertebrate Survey – Nederland.
Veldgids Sprinkhanen en krekels. Roy Kleukers & René Krekels 2004. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
Keywords
Natuurbeheer, Thijsse